Naar hoofdinhoud

Lees hoofdstuk 1 gratis. Zonder aanmelden.

Zoek op boek of genre
Winkelmandje

Uw winkelmandje is leeg.

Bekijk alle boeken

Menu openen of sluiten
Omslag van het boek ‘Washington Square’ van Henry James

Gratis leesfragment

Was­hing­ton Square

Van Henry James

Klassieker uit het publieke domein van Henry James · Nieuwe vertaling door NovelSpell

Kies uw editie

Was­hing­ton Square

Henry James

Hoofdstuk 1

Gedurende een deel van de eerste helft van deze eeuw, en vooral gedurende het laatste deel daarvan, had een arts in de stad New York een bloeiende praktijk; hij genoot wellicht in uitzonderlijke mate het aanzien dat in de Verenigde Staten altijd aan vooraanstaande leden van de medische stand ten deel is gevallen. Dit beroep is in Amerika altijd in ere gehouden en heeft er met meer succes dan elders aanspraak gemaakt op de benaming “vrij beroep”. In een land waar men, om maatschappelijk mee te tellen, zijn inkomen moet verdienen of moet doen alsof men het verdient, lijkt de geneeskunst bij uitstek twee erkende bronnen van aanzien in zich te verenigen. Zij behoort tot het domein van het praktische, wat in de Verenigde Staten een grote aanbeveling is; en het licht van de wetenschap valt op haar – een verdienste die gewaardeerd wordt in een samenleving waar liefde voor kennis niet altijd met vrije tijd en gelegenheid gepaard is gegaan. Dokter Sloper dankte zijn reputatie er onder meer aan dat zijn geleerdheid en zijn kunde zo goed met elkaar in evenwicht waren; hij was wat men een geleerde dokter zou kunnen noemen, en toch hadden zijn middelen niets abstracts – hij schreef altijd iets voor om in te nemen. Hoewel men hem uiterst grondig vond, was hij niet hinderlijk theoretisch aangelegd, en al legde hij de zaken soms uitvoeriger uit dan voor de patiënt nuttig kon lijken, hij ging nooit zo ver dat hij (zoals men van sommige artsen wel heeft gehoord) op de uitleg alleen vertrouwde, maar liet altijd een ondoorgrondelijk recept achter. Er waren artsen die een recept achterlieten zonder ook maar enige uitleg te geven; tot dat slag, dat per slot van rekening het ordinairste was, behoorde hij evenmin. Het zal duidelijk zijn dat ik een knap man beschrijf; en dat is ook werkelijk de reden waarom dokter Sloper een plaatselijke beroemdheid was geworden. In de tijd die ons hier vooral bezighoudt, was hij een jaar of vijftig en was zijn populariteit op haar hoogtepunt. Hij was zeer geestig en gold in de beste kringen van New York als een man van de wereld – wat hij inderdaad ook ruimschoots was. Om mogelijke misverstanden te voorkomen, haast ik mij eraan toe te voegen dat hij volstrekt geen kwakzalver was. Hij was een door en door eerlijk man – wellicht eerlijker dan hij ooit de gelegenheid had gekregen te bewijzen; en ook afgezien van de grote welwillendheid van de kring waarin hij zijn praktijk uitoefende, die er graag op pochte de “knapste” dokter van het land te bezitten, toonde hij dagelijks dat hij de talenten bezat die men hem algemeen toeschreef. Hij was een waarnemer, zelfs een filosoof, en scherpzinnigheid was hem zo eigen en ging hem (zoals men algemeen zei) zo gemakkelijk af, dat hij nooit louter op effect uit was en de kleine kunstgrepen en pretenties van mensen met een tweederangs reputatie hem vreemd waren. Men moet toegeven dat het geluk hem gunstig gezind was geweest en dat hij op weg naar welstand wel heel zachte grond onder de voeten had gehad. Hij was op zijn zevenentwintigste uit liefde getrouwd met een zeer bekoorlijk meisje, juffrouw Catherine Harrington uit New York, die hem behalve haar bekoorlijkheden ook een stevige bruidsschat had meegebracht. Mevrouw Sloper was beminnelijk, gracieus, veelzijdig ontwikkeld en elegant, en in 1820 was zij een van de mooie meisjes geweest van de kleine maar veelbelovende metropool die zich rondom de Battery groepeerde en over de baai uitkeek, en waarvan de noordelijkste grens werd aangegeven door de met gras begroeide bermen van Canal Street. Al op zijn zevenentwintigste had Austin Sloper voldoende naam gemaakt om het minder zonderling te doen lijken dat een jonge vrouw uit de hoogste kringen, met een inkomen van tienduizend dollar en de bekoorlijkste ogen van het eiland Manhattan, hem uit een dozijn aanbidders had uitverkoren. Die ogen, en het een en ander wat erbij hoorde, waren ongeveer vijf jaar lang een bron van buitengewone voldoening voor de jonge arts, die zowel een toegewijd als een zeer gelukkig echtgenoot was. Het feit dat hij met een rijke vrouw was getrouwd, veranderde niets aan de koers die hij voor zichzelf had uitgestippeld, en hij oefende zijn beroep even doelbewust uit alsof hij nog altijd geen andere middelen bezat dan zijn aandeel in het bescheiden vermogen dat hij bij de dood van zijn vader met zijn broers en zusters had geërfd. Zijn doel was niet in de eerste plaats geweest geld te verdienen – veeleer iets te leren en iets te doen. Iets belangwekkends leren en iets nuttigs doen – dat was, in grote trekken, het programma dat hij had opgesteld; het toevallige feit dat zijn vrouw een inkomen had, leek hem niets aan de geldigheid ervan te veranderen. Hij hield van zijn praktijk en bracht graag de kunde in praktijk waarvan hij zich met genoegen bewust was, en het was zo overduidelijk dat hij, als hij geen dokter was, niets anders kon zijn, dat hij dokter bleef, onder de best mogelijke omstandigheden. Doordat hij het thuis zo goed had, bleef hem vanzelfsprekend heel wat gezwoeg bespaard, en doordat zijn vrouw tot de “beste kringen” behoorde, kreeg hij heel wat patiënten van wie de symptomen, zo ze op zichzelf al niet belangwekkender zijn dan die van de lagere standen, zich althans met meer regelmaat vertonen. Hij verlangde naar ervaring, en in de loop van twintig jaar deed hij er ruimschoots op. Daarbij moet worden gezegd dat die ervaring zich soms aandiende in vormen die, wat hun waarde op zichzelf ook mocht zijn, allesbehalve welkom waren. Zijn eerste kind, een jongetje dat buitengewoon veel beloofde, naar de stellige overtuiging van de dokter, die zich niet licht door geestdrift liet meeslepen, stierf op driejarige leeftijd, ondanks alles wat de tederheid van de moeder en de wetenschap van de vader konden bedenken om hem te redden. Twee jaar later schonk mevrouw Sloper het leven aan een tweede kind – een kind van een geslacht dat het arme kind in de ogen van de dokter tot een ontoereikende vervanging maakte voor zijn betreurde eerstgeborene, van wie hij zich had voorgenomen een voortreffelijk man te maken. Het meisje was een teleurstelling; maar dat was nog niet het ergste. Een week na haar geboorte vertoonde de jonge moeder, met wie het, zoals dat heet, goed ging, plotseling verontrustende verschijnselen, en voordat er nog een week verstreken was, was Austin Sloper weduwnaar.

Voor een man wiens vak het was mensen in leven te houden, had hij het er in zijn eigen gezin bepaald slecht afgebracht; en een knap dokter die binnen drie jaar zijn vrouw en zijn zoontje verliest, moet er misschien rekening mee houden dat men hetzij zijn bekwaamheid, hetzij zijn genegenheid in twijfel trekt. Onze vriend ontkwam echter aan kritiek: dat wil zeggen, hij ontkwam aan alle kritiek behalve die van hemzelf, die verreweg de deskundigste en de geduchtste was. Hij ging de rest van zijn dagen gebukt onder het gewicht van deze hoogst persoonlijke veroordeling en bleef voor altijd de littekens dragen van de tuchtiging die de krachtigste hand die hij kende hem had toegediend in de nacht na de dood van zijn vrouw. De wereld, die hem, zoals ik al heb gezegd, waardeerde, had te veel medelijden met hem om er ironisch over te doen; zijn ongeluk maakte hem interessanter en droeg er zelfs toe bij dat hij in de mode raakte. Men merkte op dat zelfs doktersgezinnen niet aan de meer verraderlijke vormen van ziekte kunnen ontkomen en dat dokter Sloper per slot van rekening ook andere patiënten had verloren dan de twee die ik heb genoemd; wat een eervol precedent vormde. Zijn dochtertje bleef hem over, en hoewel zij niet was wat hij had gewenst, nam hij zich voor er met haar het beste van te maken. Hij beschikte over een voorraad ongebruikt gezag, waarvan het kind in haar eerste jaren ruimschoots profiteerde. Zij was vanzelfsprekend naar haar arme moeder genoemd, en zelfs toen zij nog een piepkleine baby was, noemde de dokter haar nooit anders dan Catherine. Zij groeide op tot een heel sterk en gezond kind, en als haar vader naar haar keek, zei hij vaak bij zichzelf dat hij, hoe zij verder ook mocht zijn, in elk geval niet hoefde te vrezen haar te verliezen. Ik zeg “hoe zij verder ook mocht zijn”, want, om de waarheid te zeggen – Maar die waarheid zal ik pas later vertellen.


Cookie- en privacyvoorkeuren

U houdt de controle over uw gegevens

Lees meer over de cookies die we gebruiken en kies welke cookies u toestaat.

  • Deze cookies zijn nodig om de website goed te laten werken, bijvoorbeeld om in te loggen en artikelen aan uw winkelmandje toe te voegen.

  • Deze cookies slaan gegevens over uw activiteiten op om uw volgende bezoek aan de website te personaliseren.

  • Wij en onze partners, waaronder Shopify, gebruiken deze cookies om marketingcommunicatie te optimaliseren en u advertenties op andere websites te tonen.

  • Deze cookies helpen ons te begrijpen hoe u de website gebruikt. We gebruiken deze gegevens om te bepalen wat we kunnen verbeteren.